Gé Moonen - Moonen Packaging

22 februari 2018

Hoe Moonen Packaging de inhoud van onze prullenbak beïnvloedt

Vooral die ene dia in zijn bedrijfspresentatie spreekt boekdelen. Op een grijze grafsteen staat: Hier rust Gé Moonen. Verantwoordelijk voor 3,2 miljoen ton afval. “Zo wil ik geen afscheid nemen van deze wereld. Het besef dat alles wat we bij Moonen Packaging maken in de prullenbak belandt, heeft er ruim vijftien jaar geleden voor gezorgd dat we ons producent van afval in een vroeg stadium zijn gaan noemen. Daarmee is voor ons de zoektocht begonnen naar grondstoffen en producten die minder schadelijk zijn. Duurzaamheid zit inmiddels diep in onze genen en waar ik maar kan, draag ik het over aan klanten die nog niet zover zijn. Dit is een persoonlijk missie.” 

 Aldi_Schrijft_Ge_Moonen_LR.jpgBeeld: Rob van Berkel

Toen Bèr Moonen, de vader van Gé, in 1965 trots de eerste plastic zak aan klanten liet zien, had niemand nog van duurzaamheid gehoord. “Men kende in die tijd alleen papieren zakken. En daar stond mijn vader bij de bakker, slager en groenteman in de winkel met een doorzichtige zak, gevuld met water en een goudvis erin. Een zak die de inhoud mooi laat zien en niet lekt. Dat was in die tijd echt iets bijzonders. Je wilt niet weten hoe dik het plastic van die zak was, maar goed, zo is hij met zijn plastic zakken groot geworden.” 

Handelsman

Bèr zat net twee jaar op de HBS toen vader Tinus Moonen zijn zoon naar huis haalde om in de zaak te werken. Opa Tinus was een echte handelaar en begon in 1950 met een kleine kruidenierswinkel aan huis voor de boeren in Boeket, een buurt in het buitengebied van de gemeente Nederweert. “Zover mijn vader op de fiets kon komen, bediende hij klanten in de omgeving. Toen de economie aantrok gingen ze gaandeweg over van food op non-food producten zoals verpakkingen, papieren zakken, klompen, gereedschappen en steeds meer schrijfwaren. Meer business-to-business ook, voor een groter gebied. Met de verhuizing naar Weert in 1972 veranderde de naam van Moonen Papier in Moonen Verpakkingen. Het marktgebied breidde zich uit naar heel Zuid-Nederland en groeide verder naar landelijk en internationaal.” 

Cash & Carry

In tegenstelling tot zijn vader heeft Gé zijn opleiding wel kunnen afmaken. Afgezien van al het vakantie- en weekendwerk begon Gé Moonen in 1989 full time in de zaak. “Ik studeerde in januari af, Small business aan de HEAO in Haarlem, en zou in september eigenlijk verder studeren. Dat is er nooit van gekomen door ontwikkelingen binnen het bedrijf. Tijdens mijn studie had ik op papier een bedrijf voor Moonen opgericht in België. Toen zei mijn vader: ‘Misschien moeten we dat maar eens echt gaan doen.’ Veel van onze klanten kwamen vanuit België winkelen in onze Cash & Carry in Weert. Ik ben de markt in België gaan onderzoeken en daar lagen zeker kansen voor ons. Onder toeziend oog van mijn vader heb ik een pand gekocht en ingericht en vier mensen aangenomen. Zij vroegen me ook de dagelijkse leiding op me te nemen. Dat heb ik gedaan en toen was ik directeur van Moonen Verpakkingen België N.V. Vanaf dag één liep het storm. Tijdens de officiële opening op 1 november 1989 heeft mijn vader zelfs de hele dag achter de kassa gestaan omdat klanten maar bleven aansluiten in de rij.”

Kink in de kabel

Zowel in Nederland als België bleef Moonen groeien. In 1995 kwam er een kink in de kabel. “Het ging financieel slecht met het bedrijf. Een nieuwbouw viel ongelukkigerwijs samen met een nieuwe automatisering waardoor er operationeel heel veel mis liep. Om klanten maar te bedienen zijn er toch grote voorraden uitgeleverd zonder te factureren. Dan zit je snel in een verliesgevende situatie. Als een bedrijf groeit, dan moet je gaan managen en dat was niet de kracht van mijn vader. Hij was geen manager, maar wel de baas. Ingrijpen was nodig. De bank stelde ons onder curatele en we hebben tijdelijk een interim manager in dienst gehad. Die heeft mij teruggehaald naar Weert en we kozen voor de concentratie op één locatie. Ik werd commercieel directeur en mijn vader stopte met werken. En dan ligt daar de vraag: hoe nu verder met ons familiebedrijf?”

Maar één in de zaak

“Die vraag lag veel eerder natuurlijk ook al eens op tafel. Mijn vader heeft namelijk altijd gezegd: Ik wil maar één familielid in de zaak. Dat is duidelijk maar ook heel lastig als je vijf kinderen hebt waarvan er drie de ambitie hebben om in de zaak te werken?. Hij heeft ons door drie verschillende bureaus laten testen op geschiktheid en ik bleef over. Achteraf gezien denk ik dat hij zo de verantwoordelijkheid voor de keuze bij een ander heeft gelegd. Ik snap dat, maar prettig is het niet. We hebben onderling een geweldige band al blijft dit een gevoelig stukje familiegeschiedenis.”

In de tijd dat het in Weert slecht ging had Gé de enig goedlopende commerciële afdeling onder zijn hoede. Hij werd verantwoordelijk voor de gehele commercie van Moonen Packaging, met succes. Onder zijn leiding bloeide het bedrijf opnieuw op. “In 2005 kwam mijn vader naar me toe en zei dat er een geïnteresseerde kandidaat was die het bedrijf wilde kopen. Eigenlijk wilde ik de zaak nooit kopen. Ik had thuis gezien welke impact het familiebedrijf op ons gezin had. Mijn vader en moeder werkten beiden in de zaak en er was thuis altijd strijd over wat daar gebeurde. Dat wilde ik niet. Ik heb werk en ik heb privé. Dat houd ik graag gescheiden. Ik wil best zeven dagen, twaalf uur werken maar als ik de deur achter me dicht trek, is het klaar. Maar ja, ik was heel succesvol als commercieel directeur. We groeiden gemiddeld 15% per jaar, de zaak liep as een tierelier, ik was 39 jaar. Wat doe je dan, welke keuze maak je op zo’n kruispunt in je leven? Toen heb ik toch besloten een poging te wagen om de zaak over te nemen. Dat is een heel lang proces geweest en in 2006 heb ik het bedrijf van mijn vader gekocht en daarmee de familie uitgekocht. Moonen Packaging was nu 100% mijn verantwoordelijkheid en uitdaging.”

Duurzaam besmet

“Als ik terugkijk, is mijn interesse in duurzaamheid in 2001 gewekt op de Anuga Food Tech beurs in Duitsland. Op een tafel stonden wat schoenen met daarin een kartonnen vorm die de schoenen mooi opvulde. Er stond een bordje bij: Dit product is gemaakt van suikerriet. Dat vond ik meteen interessant, want we zijn altijd op zoek naar innovaties. Ik vroeg naar hoe het precies zat. Suikerriet is milieuvriendelijk, zei de man achter de tafel. Het woord duurzaamheid gebruikten we toen nog niet. Mijn eerste gedachte was: hé milieuvriendelijk, dat is handel, daar kan ik geld mee verdienen! Ik ben ten slotte in eerste plaats ondernemer. Of je er ook andere producten van kon maken, was mijn vraag. Dat kon, in China. Daar deden we al veel zaken, dus ik ben naar China gegaan om met de producent bordjes en schaaltjes van suikerriet te ontwikkelen. Die zijn we gaan verkopen. En vanaf die tijd kom ik steeds meer bij klanten die duurzaamheid belangrijk vinden. Ik ben me in duurzaamheid gaan verdiepen en raakte besmet. Het was ook de tijd dat de film An Inconvenient Truth van Al Gore uitkwam. Ik kan niet zoveel met wetenschappelijke rapporten maar de manier waarop Gore de boodschap bracht, kwam wel bij me binnen. Die film was echt een tipping point voor mij. Ik dacht: nu kan ik het niet meer ontkennen. We hebben de film samen met het personeel bekeken en discussieavonden gehad over hoe wij duurzamer zouden kunnen werken. Dat kunnen we onder andere door zo min mogelijk en liefst geen natuurlijke grondstoffen te gebruiken om onze producten te laten maken. Een boom doet er tachtig jaar over om te groeien, olie doet er miljoenen jaren over om zich te vormen, terwijl een papieren of plastic zak razendsnel in de prullenbak verdwijnt. Dat staat in geen verhouding. Van natuurlijke grondstoffen moeten we echt afblijven.”

Verbeter de wereld, begin bij jezelf

De groene, duurzame koers van Moonen Packaging krijgt in de loop der jaren steeds meer vorm en inhoud. “Mensen in duurzaamheidsland zijn kritisch. Zelf ben ik ook verschrikkelijk kritisch. Ik wil graag bewijslast zien. Daarom leggen we onszelf de zwaarste normen op die op dit moment bestaan. We zijn uiteraard begonnen met de reductie van ons eigen afval en hebben onze CO2-uitstoot met 70% verminderd. Dat is peanuts als ik kijk wat ik bij klanten kan bereiken. Ik lever 80.000 ton verpakkingsmateriaal per jaar, zo’n 500 pallets per dag. Dat is heel veel. Wat is onze bewijslast? We meten onze omzet in duurzame producten. Ik noem ze alleen duurzaam als ze voor 100% uit hernieuwbare grondstoffen bestaan. Voor onze golfkartonnen dozen is dat nu 86%, die tel ik dus niet mee. Duurzaamheid is voor mij geen marketing tool, dat vind ik te goedkoop.”

“In 2020 wil ik de helft van mijn omzet doen in hernieuwbare grondstoffen. We zitten nu rond de 28%. We zijn doorlopend op zoek naar afvalstromen om nieuwe producten te ontwikkelen. Het gaat al om honderden producten: zakjes van aardappelzetmeel, schaaltjes van suikerriet, folie van mais, kunststoffen gemaakt van suikers (PLA– poly Lactid Acid). Onze Stack-it bekers, bijvoorbeeld, hebben een eindeloze kringloop. Het is een circulair product dat we hebben laten onderbouwen met een LCA (Life Cycle Analysis). Daarmee leveren we de bewijslast dat dit de duurzaamste beker ter wereld is. Het product is goed van geboorte tot eindproduct, ‘from cradle to grave’. De bekers worden gemaakt van afval uit suikerriet nadat de suikers eruit zijn gehaald. We leveren ze en halen ze weer op, brengen ze na gebruik naar de vergister die er weer energie van maakt. Het afval van de vergisting wordt compost. Met de compost maken we de aarde vruchtbaarder en groeit het suikerriet sneller. De natuurlijke cirkel is rond.”

Invloed is verantwoordelijkheid

“De helft van ons afval is verpakking. Ik weet 100% zeker dat onze producten bij àlle Nederlanders, of misschien wel in de hele Benelux, een paar keer per jaar in de prullenbak belanden. Zoveel leveren we. Het mooie van Moonen Packaging is dus dat we groot genoeg zijn om invloed uit te oefenen. Via onze verpakkingen kunnen we consumenten informeren. Een klant die bij mij gewone plastic zakken bestelt, krijgt altijd een voorstel voor een duurzamer alternatief. Ik doe alleen zaken met producenten en leveranciers die aan onze strenge normen voldoen. We worden gezien als koploper, ook in Den Haag. Zijn er vragen over duurzaamheid en verpakkingen, dan komen ze meestal bij mij terecht omdat ik een gebruiker ben en geen wetenschapper. Mensen kunnen mij begrijpen, zoals ik Al Gore kon begrijpen. Ik vind het echt heel leuk om steeds met duurzaamheid bezig te zijn en ik ontmoet veel inspirerende mensen. Op persoonlijke titel zit nu ik in de Taskforce Circular Economy in Food die de verspilling van voedsel wil terugbrengen. Met de juiste verpakkingen kunnen we de houdbaarheid beïnvloeden. En een verpakking is een informatiedrager die we voor educatie kunnen inzetten. Aangezien we in ieder huishouden binnenkomen, is onze invloedssfeer dus groot. Dat is voor mij nog een belangrijke reden om mijn verantwoordelijkheid te nemen.”

Opvolging

Hoe trots zijn dochters ook zijn op hun vader en zijn bedrijf, overnemen zullen ze het niet. “Aan de ene kant zeg ik, helaas niet en aan de andere kant, gelukkig niet. Ik ben ergens heel blij dat ik de beslissing die mijn vader destijds heeft laten maken, niet hoef te nemen. Ze hebben talent en belangstelling voor andere zaken, niet voor het runnen van dit bedrijf. Als die belangstelling er wel was, maar het talent niet. Stel ik haar dan teleur of de honderd gezinnen die nu afhankelijk van me zijn? Dat dilemma blijft me bespaard. Voor mij persoonlijk en ons gezin is het helemaal prima zo.”

Meer weten over Moonen Packaging en zijn innovatieve, duurzame oplossingen? Kijk op de website.

Ben je geboeid door dit verhaal? Vraag Aldi of ze ook jouw verhaal schrijft. Neem nu contact op.