Ondernemen met Ziel & Zaligheid Aldi van Lierop

Voorwoord - Ondernemen met Ziel & Zaligheid

We hebben samen werk te doen voor het welzijn van mens en aarde. Veel ondernemers beseffen dat heel goed en zien dat puur geldgedreven werken een doodlopende weg is. Voor hen is het vanzelfsprekend om mens en aarde centraal te stellen in hun leven en onderneming, omdat hun onderneming hun leven ís. Het bedrijf is soms al meerdere generaties in de familie. Dit is een extra drijfveer om bewust bezig te zijn met de vraag: wat laat ik eigenlijk na aan mijn kinderen en kleinkinderen? Ik heb het ze maar eens rechtstreeks gevraagd: Wat drijft jou? Uit belangstelling voor hun motivatie en bewondering voor hun vasthoudendheid.

In de serie Ondernemen met Ziel & Zaligheid vertellen zij hun enthousiaste verhaal.

Ik hoop dat hun verhalen je raken en inspireren. Deel ze gerust. En ken je ondernemers zoals Willy, Kees en Gé stel ze aan me voor. Dan vraag ik naar hun verhalen en deel ze met jou en de rest van de wereld.

Dit is mijn werk en bijdrage aan het welzijn van mens en aarde.


Gé Moonen - Moonen Packaging

22 februari 2018

Hoe Moonen Packaging de inhoud van onze prullenbak beïnvloedt

Vooral die ene dia in zijn bedrijfspresentatie spreekt boekdelen. Op een grijze grafsteen staat: Hier rust Gé Moonen. Verantwoordelijk voor 3,2 miljoen ton afval. “Zo wil ik geen afscheid nemen van deze wereld. Het besef dat alles wat we bij Moonen Packaging maken in de prullenbak belandt, heeft er ruim vijftien jaar geleden voor gezorgd dat we ons producent van afval in een vroeg stadium zijn gaan noemen. Daarmee is voor ons de zoektocht begonnen naar grondstoffen en producten die minder schadelijk zijn. Duurzaamheid zit inmiddels diep in onze genen en waar ik maar kan, draag ik het over aan klanten die nog niet zover zijn. Dit is een persoonlijk missie.” 

 Aldi_Schrijft_Ge_Moonen_LR.jpgBeeld: Rob van Berkel

Toen Bèr Moonen, de vader van Gé, in 1965 trots de eerste plastic zak aan klanten liet zien, had niemand nog van duurzaamheid gehoord. “Men kende in die tijd alleen papieren zakken. En daar stond mijn vader bij de bakker, slager en groenteman in de winkel met een doorzichtige zak, gevuld met water en een goudvis erin. Een zak die de inhoud mooi laat zien en niet lekt. Dat was in die tijd echt iets bijzonders. Je wilt niet weten hoe dik het plastic van die zak was, maar goed, zo is hij met zijn plastic zakken groot geworden.” 

Handelsman

Bèr zat net twee jaar op de HBS toen vader Tinus Moonen zijn zoon naar huis haalde om in de zaak te werken. Opa Tinus was een echte handelaar en begon in 1950 met een kleine kruidenierswinkel aan huis voor de boeren in Boeket, een buurt in het buitengebied van de gemeente Nederweert. “Zover mijn vader op de fiets kon komen, bediende hij klanten in de omgeving. Toen de economie aantrok gingen ze gaandeweg over van food op non-food producten zoals verpakkingen, papieren zakken, klompen, gereedschappen en steeds meer schrijfwaren. Meer business-to-business ook, voor een groter gebied. Met de verhuizing naar Weert in 1972 veranderde de naam van Moonen Papier in Moonen Verpakkingen. Het marktgebied breidde zich uit naar heel Zuid-Nederland en groeide verder naar landelijk en internationaal.” 

Cash & Carry

In tegenstelling tot zijn vader heeft Gé zijn opleiding wel kunnen afmaken. Afgezien van al het vakantie- en weekendwerk begon Gé Moonen in 1989 full time in de zaak. “Ik studeerde in januari af, Small business aan de HEAO in Haarlem, en zou in september eigenlijk verder studeren. Dat is er nooit van gekomen door ontwikkelingen binnen het bedrijf. Tijdens mijn studie had ik op papier een bedrijf voor Moonen opgericht in België. Toen zei mijn vader: ‘Misschien moeten we dat maar eens echt gaan doen.’ Veel van onze klanten kwamen vanuit België winkelen in onze Cash & Carry in Weert. Ik ben de markt in België gaan onderzoeken en daar lagen zeker kansen voor ons. Onder toeziend oog van mijn vader heb ik een pand gekocht en ingericht en vier mensen aangenomen. Zij vroegen me ook de dagelijkse leiding op me te nemen. Dat heb ik gedaan en toen was ik directeur van Moonen Verpakkingen België N.V. Vanaf dag één liep het storm. Tijdens de officiële opening op 1 november 1989 heeft mijn vader zelfs de hele dag achter de kassa gestaan omdat klanten maar bleven aansluiten in de rij.”

Kink in de kabel

Zowel in Nederland als België bleef Moonen groeien. In 1995 kwam er een kink in de kabel. “Het ging financieel slecht met het bedrijf. Een nieuwbouw viel ongelukkigerwijs samen met een nieuwe automatisering waardoor er operationeel heel veel mis liep. Om klanten maar te bedienen zijn er toch grote voorraden uitgeleverd zonder te factureren. Dan zit je snel in een verliesgevende situatie. Als een bedrijf groeit, dan moet je gaan managen en dat was niet de kracht van mijn vader. Hij was geen manager, maar wel de baas. Ingrijpen was nodig. De bank stelde ons onder curatele en we hebben tijdelijk een interim manager in dienst gehad. Die heeft mij teruggehaald naar Weert en we kozen voor de concentratie op één locatie. Ik werd commercieel directeur en mijn vader stopte met werken. En dan ligt daar de vraag: hoe nu verder met ons familiebedrijf?”

Maar één in de zaak

“Die vraag lag veel eerder natuurlijk ook al eens op tafel. Mijn vader heeft namelijk altijd gezegd: Ik wil maar één familielid in de zaak. Dat is duidelijk maar ook heel lastig als je vijf kinderen hebt waarvan er drie de ambitie hebben om in de zaak te werken?. Hij heeft ons door drie verschillende bureaus laten testen op geschiktheid en ik bleef over. Achteraf gezien denk ik dat hij zo de verantwoordelijkheid voor de keuze bij een ander heeft gelegd. Ik snap dat, maar prettig is het niet. We hebben onderling een geweldige band al blijft dit een gevoelig stukje familiegeschiedenis.”

In de tijd dat het in Weert slecht ging had Gé de enig goedlopende commerciële afdeling onder zijn hoede. Hij werd verantwoordelijk voor de gehele commercie van Moonen Packaging, met succes. Onder zijn leiding bloeide het bedrijf opnieuw op. “In 2005 kwam mijn vader naar me toe en zei dat er een geïnteresseerde kandidaat was die het bedrijf wilde kopen. Eigenlijk wilde ik de zaak nooit kopen. Ik had thuis gezien welke impact het familiebedrijf op ons gezin had. Mijn vader en moeder werkten beiden in de zaak en er was thuis altijd strijd over wat daar gebeurde. Dat wilde ik niet. Ik heb werk en ik heb privé. Dat houd ik graag gescheiden. Ik wil best zeven dagen, twaalf uur werken maar als ik de deur achter me dicht trek, is het klaar. Maar ja, ik was heel succesvol als commercieel directeur. We groeiden gemiddeld 15% per jaar, de zaak liep as een tierelier, ik was 39 jaar. Wat doe je dan, welke keuze maak je op zo’n kruispunt in je leven? Toen heb ik toch besloten een poging te wagen om de zaak over te nemen. Dat is een heel lang proces geweest en in 2006 heb ik het bedrijf van mijn vader gekocht en daarmee de familie uitgekocht. Moonen Packaging was nu 100% mijn verantwoordelijkheid en uitdaging.”

Duurzaam besmet

“Als ik terugkijk, is mijn interesse in duurzaamheid in 2001 gewekt op de Anuga Food Tech beurs in Duitsland. Op een tafel stonden wat schoenen met daarin een kartonnen vorm die de schoenen mooi opvulde. Er stond een bordje bij: Dit product is gemaakt van suikerriet. Dat vond ik meteen interessant, want we zijn altijd op zoek naar innovaties. Ik vroeg naar hoe het precies zat. Suikerriet is milieuvriendelijk, zei de man achter de tafel. Het woord duurzaamheid gebruikten we toen nog niet. Mijn eerste gedachte was: hé milieuvriendelijk, dat is handel, daar kan ik geld mee verdienen! Ik ben ten slotte in eerste plaats ondernemer. Of je er ook andere producten van kon maken, was mijn vraag. Dat kon, in China. Daar deden we al veel zaken, dus ik ben naar China gegaan om met de producent bordjes en schaaltjes van suikerriet te ontwikkelen. Die zijn we gaan verkopen. En vanaf die tijd kom ik steeds meer bij klanten die duurzaamheid belangrijk vinden. Ik ben me in duurzaamheid gaan verdiepen en raakte besmet. Het was ook de tijd dat de film An Inconvenient Truth van Al Gore uitkwam. Ik kan niet zoveel met wetenschappelijke rapporten maar de manier waarop Gore de boodschap bracht, kwam wel bij me binnen. Die film was echt een tipping point voor mij. Ik dacht: nu kan ik het niet meer ontkennen. We hebben de film samen met het personeel bekeken en discussieavonden gehad over hoe wij duurzamer zouden kunnen werken. Dat kunnen we onder andere door zo min mogelijk en liefst geen natuurlijke grondstoffen te gebruiken om onze producten te laten maken. Een boom doet er tachtig jaar over om te groeien, olie doet er miljoenen jaren over om zich te vormen, terwijl een papieren of plastic zak razendsnel in de prullenbak verdwijnt. Dat staat in geen verhouding. Van natuurlijke grondstoffen moeten we echt afblijven.”

Verbeter de wereld, begin bij jezelf

De groene, duurzame koers van Moonen Packaging krijgt in de loop der jaren steeds meer vorm en inhoud. “Mensen in duurzaamheidsland zijn kritisch. Zelf ben ik ook verschrikkelijk kritisch. Ik wil graag bewijslast zien. Daarom leggen we onszelf de zwaarste normen op die op dit moment bestaan. We zijn uiteraard begonnen met de reductie van ons eigen afval en hebben onze CO2-uitstoot met 70% verminderd. Dat is peanuts als ik kijk wat ik bij klanten kan bereiken. Ik lever 80.000 ton verpakkingsmateriaal per jaar, zo’n 500 pallets per dag. Dat is heel veel. Wat is onze bewijslast? We meten onze omzet in duurzame producten. Ik noem ze alleen duurzaam als ze voor 100% uit hernieuwbare grondstoffen bestaan. Voor onze golfkartonnen dozen is dat nu 86%, die tel ik dus niet mee. Duurzaamheid is voor mij geen marketing tool, dat vind ik te goedkoop.”

“In 2020 wil ik de helft van mijn omzet doen in hernieuwbare grondstoffen. We zitten nu rond de 28%. We zijn doorlopend op zoek naar afvalstromen om nieuwe producten te ontwikkelen. Het gaat al om honderden producten: zakjes van aardappelzetmeel, schaaltjes van suikerriet, folie van mais, kunststoffen gemaakt van suikers (PLA– poly Lactid Acid). Onze Stack-it bekers, bijvoorbeeld, hebben een eindeloze kringloop. Het is een circulair product dat we hebben laten onderbouwen met een LCA (Life Cycle Analysis). Daarmee leveren we de bewijslast dat dit de duurzaamste beker ter wereld is. Het product is goed van geboorte tot eindproduct, ‘from cradle to grave’. De bekers worden gemaakt van afval uit suikerriet nadat de suikers eruit zijn gehaald. We leveren ze en halen ze weer op, brengen ze na gebruik naar de vergister die er weer energie van maakt. Het afval van de vergisting wordt compost. Met de compost maken we de aarde vruchtbaarder en groeit het suikerriet sneller. De natuurlijke cirkel is rond.”

Invloed is verantwoordelijkheid

“De helft van ons afval is verpakking. Ik weet 100% zeker dat onze producten bij àlle Nederlanders, of misschien wel in de hele Benelux, een paar keer per jaar in de prullenbak belanden. Zoveel leveren we. Het mooie van Moonen Packaging is dus dat we groot genoeg zijn om invloed uit te oefenen. Via onze verpakkingen kunnen we consumenten informeren. Een klant die bij mij gewone plastic zakken bestelt, krijgt altijd een voorstel voor een duurzamer alternatief. Ik doe alleen zaken met producenten en leveranciers die aan onze strenge normen voldoen. We worden gezien als koploper, ook in Den Haag. Zijn er vragen over duurzaamheid en verpakkingen, dan komen ze meestal bij mij terecht omdat ik een gebruiker ben en geen wetenschapper. Mensen kunnen mij begrijpen, zoals ik Al Gore kon begrijpen. Ik vind het echt heel leuk om steeds met duurzaamheid bezig te zijn en ik ontmoet veel inspirerende mensen. Op persoonlijke titel zit nu ik in de Taskforce Circular Economy in Food die de verspilling van voedsel wil terugbrengen. Met de juiste verpakkingen kunnen we de houdbaarheid beïnvloeden. En een verpakking is een informatiedrager die we voor educatie kunnen inzetten. Aangezien we in ieder huishouden binnenkomen, is onze invloedssfeer dus groot. Dat is voor mij nog een belangrijke reden om mijn verantwoordelijkheid te nemen.”

Opvolging

Hoe trots zijn dochters ook zijn op hun vader en zijn bedrijf, overnemen zullen ze het niet. “Aan de ene kant zeg ik, helaas niet en aan de andere kant, gelukkig niet. Ik ben ergens heel blij dat ik de beslissing die mijn vader destijds heeft laten maken, niet hoef te nemen. Ze hebben talent en belangstelling voor andere zaken, niet voor het runnen van dit bedrijf. Als die belangstelling er wel was, maar het talent niet. Stel ik haar dan teleur of de honderd gezinnen die nu afhankelijk van me zijn? Dat dilemma blijft me bespaard. Voor mij persoonlijk en ons gezin is het helemaal prima zo.”

Meer weten over Moonen Packaging en zijn innovatieve, duurzame oplossingen? Kijk op de website.

Ben je geboeid door dit verhaal? Vraag Aldi of ze ook jouw verhaal schrijft. Neem nu contact op.

Ontvang het volgende verhaal gratis in je mailbox! Laat je e-mail adres achter:


Kees Tempelaars - Earth and Eternity

17 januari 2018

Wat een circulair huis en een tas van appelschillen met elkaar verbindt

Volgens Kees Tempelaars staan we aan de vooravond van een gigantische doorbraak dat alles duurzaam en energiezuinig moet worden. Dan kun je als ondernemer maar beter voorop lopen en de markt daarvoor opzetten, is zijn filosofie. Met zijn bouwbedrijf Earth & Eternity ontwikkelt en bouwt Kees circulaire, nul-op-de-meter woningen, een prachtig nieuw product, voortgekomen uit de crisis. “Op zuiver commerciële gronden ligt het voor de hand. Investeren in duurzaamheid is inmiddels meer dan rendabel. Daarbij laat ik ook nog iets heel moois na aan volgende generaties.”

 Kees Tempelaars - Earth and Eternity.jpg

Beeld: Rob van Berkel

In de tijd dat zijn twee broers en twee zussen studeerden en de ene na de andere academische titel behaalden, bewandelde Kees een hele andere weg. “Ik wilde hun succes wel evenaren maar had niet zoveel passie voor studeren, wel een fascinatie voor cijfers. Na commerciële economie op de MEAO vond ik het wel genoeg, ik wilde vooral ondernemen. Op vijftienjarige leeftijd verkocht ik al fietsen, bromfietsen en bloemen. Die bloemen haalde ik op de veiling en verkocht ik zonder vergunning van deur tot deur. Op zaterdag werkte ik regelmatig in een van de schoenenwinkels van ons familiebedrijf. Onder de naam Krol Schoenen zetten mijn grootouders een succesvolle schoenenbusiness op waarin later mijn vader en vijf andere familieleden actief waren. De ambitie om daar in te stappen heb ik nooit gehad, mijn pad liep anders.”

Op weg naar vrijheid

Dat pad leidde in eerste instantie naar een interne opleiding bij HEMA, waar een oom van Kees vanuit de schoenenbusiness contacten had. “Die opleiding hield ik na een paar maanden wel voor gezien, veel te gestructureerd, te weinig vrijheid. Die vrijheid kreeg ik wel bij een andere oom met een groothandel in bouwmaterialen in Tilburg. Hij zag wel wat in mij. Zo ben ik in de jaren ‘80 in de bouwmaterialen terechtgekomen en heb ik veel praktijkervaring opgedaan. In die tijd had je nog geen grote bouwmarktketens. Ik had rechtstreeks contact met agenten uit Italië die tegels kwamen verkopen. Na een paar jaar heb ik van de ene op de andere dag besloten voor mezelf te beginnen. Ik ben naar Italië gegaan, heb een paar fabrikanten van tegels en een tegellijmfabriek opgeduikeld en ben B2B steenstrips gaan verkopen. Dat ging wel redelijk goed. Toen kregen we begin jaren 80 die diepe crisis, zoals we er nu weer een achter de rug hebben. Als je al wat kon verkopen, moest je nog maar zien dat je betaald werd. Dat was geen prettige tijd, ook al ben ik er redelijk doorgerold. De vennootschap die ik destijds heb opgericht, heb ik nog steeds.”

Verrassende ontwikkelingen

“Die steenstripjes, dat was een leuk product en erg populair, ook in België. Novolux, de Belgische fabrikant van wandpanelen, plafondtegels én van steenstrips, wilde ook in Nederland gaan verkopen, maar dat deed ik al, dus hij nodigde me uit. Ik zie me daar nog zitten met het idee dat ik er misschien wel een van hun producten kon bijnemen om in Nederland te verkopen. En toen zat ik ineens in een sollicitatiegesprek. Daar was vooraf niets over gezegd. Het aanbod dat ik toen kreeg was te mooi om af te slaan. Ik was 24 jaar, stond op het punt van trouwen en kreeg een geweldig jaarsalaris aangeboden. Aangezien de markt echt slecht was in 1982 heb ik ja gezegd en uiteindelijk heb ik zeven jaar als exportmanager voor Novolux gewerkt. In die tijd heb ik de verkoop opgebouwd in Nederland, Duitsland, Engeland, Oostenrijk en Zwitserland en dat was een behoorlijk succes. In Duitsland kwam ik HDM (Holz Dammers Moers), een fabrikant van wand- en plafondpanelen tegen. Het oude management van Novolux zag het als een bedreiging dat ik HDM- producten in Nederland en België wilde gaan distribueren. Toen zei Dammers, de eigenaar van HDM: ‘Kees we gaan het zelf doen, samen!’ Ik heb mijn baan opgezegd bij Novolux en HDM Nederland opgericht. De reactie van Novolux was verrassend. Ze wilden me niet kwijt, of ik op commissiebasis voor ze wilde werken? Zo gezegd, zo gedaan. Toen kwam het geld van twee kanten binnen, een bizarre tijd die me de ruimte gaf te investeren.”

Op en neer

“In die periode kwamen er steeds meer bouwmarkten waaraan wij al in een vroeg stadium materialen leverden, net als aan groothandelaren. Dat heeft een enorme vlucht genomen. We leveren nog steeds aan alle Praxissen, Formido’s en noem maar op. In die tijd volgden de ontwikkelingen zich in rap tempo op. De distributie breidde zich uit van Nederland en België naar Frankrijk en Engeland en daarna hebben we HDM-vestigingen geopend in Denemarken, Indonesië, Maleisië en Australië. Dat ging heel goed totdat rond de eeuwwisseling de grenzen open gingen en China een grote hoeveelheid goedkope materialen op de markt bracht. De EU breidde uit, dus kwamen er ook goedkope producten uit Oost-Europa. Daar kun je niet tegen vechten, dat verlies je gewoon. Dergelijke ontwikkelingen vragen om snel handelen. Daarom hebben we in de jaren 2003, 2004 en 2005 onze HDM-vestigingen in Australië, Indonesië en Maleisië gesloten. We zijn toen teruggeworpen op waar we goed in zijn: de markten in Nederland, België, Frankrijk en Engeland.”

“In Engeland zijn we nog een ander avontuur aangegaan. Een winkelketen waaraan wij leverden, dreigde failliet te gaan. Doe je dan een stap terug of vooruit? Ik heb dan toch de ambitie om liever die stap vooruit te zetten. Achteraf was het niet de juiste beslissing om die 21 vestigingen over te nemen. Retailer zijn is gewoon niet onze expertise. En toen kwam de crisis. Nu hebben we in Engeland nog drie vestigingen over en een webshop waarmee we een paar miljoen omzet draaien. De rest hebben we gesloten. Dat hebben we zelf opgelost, zonder faillissement. Na de verkoop van Denemarken waren we terug bij de basis. Vanuit onze hoofdvestiging in het Belgische Peer beleveren we nu België, Nederland, Frankrijk en Engeland, met nog wat export naar Azië ernaast.”

Diepe crisis en uitdagingen

“Net als veel ondernemers ben ik met mijn bedrijf ook in een diepe crisis beland. In 2007 waren we nog supergezond. Het was ons beste jaar met een omzet van 34 miljoen euro en een resultaat van bijna drie miljoen. Dat zagen we in 2008 compleet instorten. Dat vond ik een moeilijke tijd, vooral ook omdat ik een verantwoordelijkheid heb naar mijn personeel. Ik heb monden te voeden. Dan moet je niet te lang aan een dood paard blijven trekken maar stappen zetten. Mijn Duitse partner in HDM was niet in staat om de broodnodige innovatie door te drijven en toen heb ik in 2014 zelfstandig Earth & Eternity opgericht.”

“Kenmerkend voor deze tijd is dat producenten steeds vaker rechtstreeks aan consumenten leveren. Dat heeft mij in die crisistijd herinnerd aan het oorspronkelijke succes van HDM. Ons succes was dat wij als fabrikant onze producten direct aan retailers leverden. Niet via de gebruikelijke route van importeur, grossier en retailer. We hadden dus een veel ruimere marge. Dat is het systeem waar ik naar terug wil. Ik wil direct toegevoegde waarde leveren. Van oude economie, naar nieuwe economie; hoe gaan we dat vertalen naar onze situatie? Met die vraag ben ik me gaan bezighouden.”

Echt nieuwe dingen doen

“Ik ben er van overtuigd dat je in tijden van crisis radicaal nieuwe dingen moet gaan doen. Dat betekent voor ons meer dan alleen een nieuw kleurtje aan het assortiment toevoegen. Dat doen we sowieso. We zijn gaan omni-channelen en hebben een aantal nieuwe B2C-websites opgezet om ook via andere kanalen te kunnen verkopen. We hebben ook een B2B-website opgezet om al die ontslagen vakmensen die als ZZP-er aan de slag zijn gegaan direct te bereiken. En we hebben nog iets gedaan, namelijk twee miljoen euro geïnvesteerd in 6.000 m2 zonnepanelen. De Belgische overheid gaf hiervoor in 2010 mooie subsidies. Het is een hele goede investering gebleken, zeer renderend en daarmee was het duurzaamheidszaadje geplant! Je ziet dat het werkt en dat heel veel mensen er enthousiast van worden. Ik heb toen meteen een Tesla gekocht als een van de eerste bestellers, wereldwijd nummer 256 om precies te zijn. In die tijd las ik ook een ‘paper’ van de Harvard Business University over Creating New Market Space. Dat artikel beschrijft heel duidelijk hoe je met de mogelijkheden van jouw huidige bedrijf compleet nieuwe concepten in de markt kunt zetten, door totaal ‘out of the box’ te denken. Dat heeft me enorm geïnspireerd om te denken: duurzaamheid zou onze nieuwe richting wel eens kunnen zijn.”

Van producten naar compleet circulair huis

“We zijn toen duurzame producten gaan ontwikkelen. We hadden door de fabricage van ons laminaat in Duitsland al ervaring met oppervlaktetechnieken. In 2011 zijn we begonnen met de ontwikkeling van buitengevelproducten die je nooit meer hoeft te schilderen, gemaakt met een milieuvriendelijke, koude Electron Beam-technologie zonder oplosmiddelen. Testen hebben we samen met BASF in Münster gedaan. Inmiddels hebben we dit product wereldwijd gepatenteerd onder de naam Solid Paint.”

“Eenmaal onderweg bleken we ver voorop te lopen. De markt was helemaal niet klaar voor onze producten. Toen heb ik gezegd, dan gaan we zelf complete duurzame woningen ontwikkelen, vanaf het begin, nul-op-de-meter en circulair. Daar ben ik in 2011 mee begonnen, ook omdat de EU heeft aangekondigd dat vanaf 2020 alle nieuw te bouwen woningen energieneutraal moeten zijn. Dat we nu al zover zijn, is natuurlijk goed voor onze concurrentiepositie.”

“Tijdens het ontwikkelproces zagen we dat een woning een communicerend vat is. Alles hangt met elkaar samen. Leg je bijvoorbeeld minder zonnepanelen, dan moet je meer isoleren. Zo hebben we echt alle aspecten van de woning bekeken om tot de optimale vorm en samenstelling te komen. De woning die we hebben ontwikkeld, wekt maximale energie op, is optimaal geïsoleerd, werkt op de beste installaties en maakt gebruik van domotica. Het is een slimme woning die ondermeer klaar is voor IoT (Internet of Things) zodat bijvoorbeeld de wasmachine inschakelt op het moment dat het gekoppelde weerstation aangeeft dat er voldoende zonne-energie is. Dat weerstation zijn we bij ons eerste project in Valkenswaard aan het testen. Ik vind het bijzonder dat in onze auto’s zoveel slimme toepassingen zitten die het rijden veilig en comfortabel maken. In een huidige woning zit niks, terwijl we daar toch veel meer tijd in doorbrengen. Dat is eigenlijk wel raar. Vooral dat huis moet hartstikke comfortabel zijn. En duurzaam, natuurlijk. Het is niet ons doel om de goedkoopste woning te bouwen, maar wel de goedkoopste woning als het gaat over Total Cost of Ownership. Je hebt nauwelijks kosten voor onderhoud en energie en gunstigere hypotheekvoorwaarden.”

Niet bouwen maar monteren

“Wat de woningen van Earth & Eternity nog meer zeer duurzaam maakt, is de nieuwe, droge manier van bouwen. Niets zit aan elkaar gekit of gemetseld. De woning bestaat dus uit losse onderdelen, en dat is mooi, want de bouw is nog steeds grootverbruiker van grondstoffen en verantwoordelijk voor 40% van de totale afvalstroom. We praten niet meer over bouwen maar over monteren, want als je een woning monteert, kun je hem ook demonteren. Is een woning demontabel, dan wordt deze circulair en dan komen we uit bij Madaster. Madaster is voor materialen wat Kadaster is voor grondverkaveling. Het is een systeem waarin je per bouwproject noteert welke materialen erin zitten en waar precies. Je geeft de materialen dus een identiteit mee. Wil je de woning na dertig jaar weer demonteren, dan kunnen al die grondstoffen en materialen een tweede leven krijgen. 100% Circulair, dus. Madaster is een hele belangrijke bijdrage voor de toekomstige circulariteit.”

De meest interessante partners

“Ik vind het prachtig om daar mee bezig te zijn, want zo kan ik echt iets achterlaten, helpen om een duurzame ambitie te creëren. We zetten met Earth & Eternity iets neer dat blijvend is. Daar ben ik enorm trots op. Nog meer omdat ook anderen zien dat we goed bezig zijn. Sinds ik vanuit duurzaamheid werk, kom ik de meest interessante mensen tegen met eenzelfde ambitie. Zoals de Nederlandse architect Thomas Rau, initiatiefnemer van Madaster, en de Taiwanese prof. dr. Daniël Ku, docent duurzaamheid aan de universiteiten van Beijing en Taipeh. Dat zijn superinteressante ontmoetingen.”

Volgens Rau is afval materiaal zonder identiteit. Hij schreef er het boek Material Matters* over en geeft een krachtig alternatief voor onze roofbouwmaatschappij. “We moeten van verbruik naar (her)gebruik. Dat kan met Madaster. Rau zag de waarde van onze woning meteen en heeft me uitgenodigd één van zijn 33 Kennedy’s van de Madaster organisatie te worden. Ik ben er trots op dat ik ben uitgenodigd als kartrekker voor een duurzame, circulaire economie. Het is een vorm van erkenning die me ook zakelijk enorm helpt, in de communicatie naar toekomstige opdrachtgevers en bij het regelen van financiering voor onze projecten. Ik krijg zo een steeds breder platform voor mijn verhaal en ontmoet integere zakenpartners. We hebben inmiddels zo’n 458 woningen in ontwikkeling, dus dat neemt een enorme vlucht.”

“Prof. Dr. Daniël Ku is in Azië het middelpunt van alles wat met de ontwikkeling van duurzame technieken te maken heeft. We zien elkaar zo’n drie keer per jaar. Afgelopen november ben ik nog een week met hem op pad geweest. We hebben verschillende fabrieken bezocht waar ze oppervlakken maken voor onze producten. Ik heb me pas ook ingekocht in een extrusiebedrijf dat op een duurzame manier harde, waterdichte oppervlakken maakt, bruikbaar voor binnen en buiten. Het is een strategische deelneming die me een positie geeft in de kunststof markt. Ze maken er bijvoorbeeld volkunststof panelen, met een duurzame toplaag. Dan kun je dus nog steeds een prachtige badkamer maken, maar dan wel circulair. Dat vind ik ontzettend boeiend.”

Een duurzame tas kan ook

Van het een komt het ander. De jongste dochter van Kees die op dit moment als financial controller in de zaak werkt, is gek op tassen, schoenen en verder alles wat met mode te maken heeft. “Een paar jaar geleden gaf ze aan dat ze eigenlijk wel wat met tassen zou willen doen. Het ondernemerschap zit er bij haar ook goed in en dat stimuleer en faciliteer ik natuurlijk graag. Maak dan wel iets dat uniek is, heb ik gezegd. Dus, toen we twee jaar geleden bij ons thuis met Daniël Ku aan de bar stonden, hebben we hem gevraagd mee te denken over het ontwikkelen van een duurzame tas. Gemaakt van een ander materiaal dan leer, met een duurzaam oppervlak. Een SMART-tas met een chip waarmee we een online community bij elkaar kunnen brengen van mensen die duurzaamheid ook omarmen. Een chip die er ook voor zorgt dat je telefoon oplaadt in je tas en de tas traceerbaar maakt. En wat denk je? Die tas is er! Prof. Dr. Ku heeft een groep studenten op het project gezet en die zijn gaan zoeken. We hebben nu een aantal prototypes van verschillende modellen klaar, gemaakt van appelschillen. Vet hè! We werken nu aan de details zodat het straks echt een tas is die je wilt hebben. Deze tas komt onder de naam Earth & Eternity op de markt.”

Zijn vrouw, twee dochters en zoon volgen de bijzondere ontwikkelingen rondom Earth & Eternity op de voet. Ze vinden het super interessant en zijn er allemaal trots op, maar of zijn kinderen hem straks opvolgen, daar is Kees niet mee bezig. “Dat maakt me niks uit, ze moeten doen waar ze goed in zijn en gelukkig van worden. Het zijn alle drie slimme financials, dat vind ik dan wel weer boeiend.” Bij de familie Tempelaars valt de appel zeker niet ver van de boom.

 * Material Matters, het alternatief voor onze roofbouwmaatschappij door Thomas Rau en Sabine Oberhuber. Bertam en de Leeuw uitgevers, ISBN 9789461562258

Ben je geboeid door dit verhaal? Vraag Aldi of ze ook jouw verhaal schrijft. Neem nu contact op.

Ontvang het volgende verhaal gratis in je mailbox! Laat je e-mail adres achter:


Willy van Mensvoort - Van Mensvoort Veghel

20 december 2017

Van Mensvoort Veghel gaat Gung Ho!

In zijn dromen heeft Willy van Mensvoort het allang voor elkaar. Zijn bedrijf, Van Mensvoort Veghel, opnieuw opgebouwd zodat het klaar is voor de nieuwe tijd. Een tijd van samenwerken en delen van verantwoordelijkheid, waardevol werk en aandacht voor mens en omgeving. Voor Willy draait alles om mensen, zijn leven lang al, en sinds kort ook om wat we kunnen leren van de eekhoorn, de bever en de gans.

Willy van Mensvoort - voor Aldi Schrijft - door Rob van Berkel.jpg

Beeld: Rob van Berkel

De familie Van Mensvoort is sinds de jaren ‘30 actief in grondwerken en vanaf de vestiging van Van Mensvoort Veghel (1981) specialist in infra, sloop, milieu en recycling. Voor Willy was het nooit een vraag of hij het familiebedrijf zou overnemen. “Als jong kind wist ik al: Ik wil aannemer worden. Op mijn negende bediende ik al een loader en op mijn tiende parkeerde ik mijn eerste vrachtwagen tegen een boom. Dat kon toen gewoon. Je werkte mee en leerde in alle vrijheid hoe alles functioneerde. Als kind vond ik dat fantastisch, maar het had natuurlijk ook een keerzijde. Op de boerderij en in het loonwerkersbedrijf van mijn ouders werkte iedereen heel hard. Mijn vader was zo’n tachtig tot honderd uur per week weg en onderweg. Mijn moeder runde het huishouden en zorgde voor iedereen. Niemand klopte ooit tevergeefs bij mijn ouders aan voor hulp of een plek aan tafel. Omdat mijn vader veel weg was, vervulde ik vanaf mijn vierde al de vaderrol in huis. Van de vier kinderen in ons gezin was ik de oudste, de grootste en de sterkste. ‘Ons Willy kan alles aan!’. Hard werken en voor anderen zorgen is me dus met de paplepel ingegoten. Zo opgroeien in een echte ondernemersfamilie heeft me heel veel gebracht. Ook al was het soms alles behalve makkelijk.”

Burn out

“Tot mijn 52ste deed ik wat mijn ouders deden. Heel hard werken en klaar staan voor iedereen. Voorop lopen in de sector en nieuwe ontwikkelingen initiëren op het gebied van infra, sloop, milieu en recycling. Ik hield alles in de gaten en regelde alles voor iedereen. Van de honderd man in dienst wist ik precies wat er speelde, ook thuis. Ging het daar even niet goed, dan stuurde ik een medewerker naar huis om voor zijn gezin te zorgen. Want je gezin en familie is het voornaamste. Alleen vergat ik mezelf en mijn eigen gezin. Op vakantie brachten we pas echt tijd samen door, zo’n drie keer per jaar. Dan had ik eerste twee, drie dagen nodig om bij te komen en had ik vaak koorts, van het ontstressen weet ik nu. De rest van de tijd stond in het teken van het bedrijf. Ik heb het vaak jammer gevonden dat ik, samen met mijn vrouw, als enige actief ben in het familiebedrijf. Met een of meer broers of zussen naast je, kun je verantwoordelijkheden en ideeën delen en is het toch minder eenzaam. Ik denk dat ik dan ook andere keuzes had kunnen maken voor mijn eigen persoonlijke ontwikkeling. Door de drukte van alledag liep mijn pad anders.”

“Van de honderden bordjes die ik in die tijd tegelijk in de lucht hield, begonnen er een aantal kapot te vallen, door tegenslagen en weerstand van medewerkers tegen mijn manier van werken. Ik was te dirigerend en liep te ver voor de troepen uit. Mensen konden me niet bijhouden en uiteindelijk werd het mij zelf ook te veel. In diezelfde tijd was ik ook bezig met diverse opleidingen op het gebied van intuïtieve ontwikkeling en energetische management. Deels om mijn zoon en vrouw daarin te volgen en aansluiting met elkaar te houden en deels om meer op mijn eigen gevoel te leren vertrouwen en daar naar te handelen. Op 11 april 2008 kreeg ik een spierverkramping op mijn long waardoor ik in een burn out belandde. Dat was heftig. Drie en een half jaar heb ik erover gedaan om daar goed uit te komen. Er waren tijden dat ik hier niet eens binnen kon lopen, zoveel stress leverde dat op. Er waren tijden dat ik de zin van het leven niet meer zag en me serieus afvroeg: Wat doe ik hier nog op aarde? Ik heb heel hard aan mezelf gewerkt met hulp van een fantastische coach. Dan komen er vragen op tafel zoals: Wie is Willy van Mensvoort? Wat vertelt jouw ziel? Wat is jouw hoogste goed? En wat voel je nou? Behalve uitrusten, nadenken en praten, heb ik gefietst, heel veel gefietst, het eerste half jaar zo’n 10.000 kilometer. Dan maakt je lichaam zelf de stoffen aan die in de gebruikelijke pillen zitten om je rustig te houden en daardoor kon ik wel helder denken en dat was heel mooi. Ik ben niet de eerste die zijn burn out als een enorm cadeau ziet; voor mezelf, voor mijn gezin en zeker ook voor mijn bedrijf.”

Eigen verantwoordelijkheid

“Voor mijn burn out, was ik de absolute spil in het bedrijf omdat ik alles wist, vaak tot in detail. Daar vertrouwen mensen ook op. Hoe ingesleten oude patronen kunnen zijn, ontdekte ik al gauw toen ik weer volledig terug was. Binnen no time kwam iedereen weer met zijn problemen bij mij. Ik heb ze allemaal weggestuurd met de vraag: ‘Wat zou jij doen? Je hebt het drie en een half jaar zonder mij gedaan, dat lukt nu vast ook wel.’ Dat was voor veel medewerkers wel even wennen. Sommigen zijn ook vertrokken omdat ze die vrijheid niet aan konden. Als ik het heel druk heb, val ik  nog wel eens terug in mijn oude patroon, dan geef ik meteen de oplossing en word ik directief. Ik heb mijn mensen gevraagd om me daar op aan te spreken, want zo wil ik niet meer werken. Daar wordt namelijk niemand gelukkig van. Het is niet goed voor de ontwikkeling van mijn mensen en de productiviteit van ons bedrijf. Met ons bedoel ik net zo goed mijn medewerkers als mijn familie.”

Terug naar de coöperatie

“Ik wil van Van Mensvoort een soort coöperatie maken waardoor medewerkers zich meer betrokken en eigenaar voelen, samen met mijn zoon en dochter die het familiebedrijf graag willen voortzetten. Dat kunnen ze niet alleen omdat ze niet van plan zijn te doen wat hun vader en grootvader hebben gedaan, namelijk, ten koste van teveel belangrijke zaken alle tijd en energie in het bedrijf stoppen. Dat geldt sowieso voor de nieuwe generatie. Die is echt niet van plan zichzelf over de kop te werken voor een dik salaris, auto van de zaak, bonussen en zo. Voor hen zijn werk en geld een middel, geen doel. Dus wil ik met mijn bedrijf een aantrekkelijke werkgever blijven, dan zal ik ze toch een andere werkomgeving moeten bieden. Het gaat om zinvol werk, waardering voor ieders bijdrage en trots zijn op wat we samen bijdragen aan onze omgeving en voor onze klanten. Echte betrokkenheid is dus de sleutel en daarvoor moet je mensen inspireren.”

Gung Ho!

“De betrokkenheid van medewerkers bij Van Mensvoort begint met mijn betrokkenheid bij hen. Niet langer als de leider die alles uit handen neemt en alles draagt, maar als degene die ruimte creëert voor anderen zodat zij tot bloei kunnen komen. Ik heb een open hartsverbinding met al mijn mensen, dus als er wat is, voel ik dat feilloos aan en maak ik dat bespreekbaar. Dat maakt me ‘een aparte baas’ volgens een medewerker, en zorgt tegelijk voor een bijzondere, open sfeer binnen het bedrijf. Ik wil het gevoel geven dat alles mogelijk is. Dus toen ik het boek Gung Ho!* in handen kreeg en prachtig verwoord en bevestigd zag wat mijn eigen intuïtie en ervaring als leider me al jarenlang ingaf, kreeg ik de tranen in mijn ogen. Met dit verhaal in handen, kan ik mijn medewerkers heel eenvoudig duidelijk maken hoe ik de toekomst van Van Mensvoort Veghel zie en hoe hard hun bijdrage daar voor nodig is.”

“Gung Ho! vertelt het verhaal van Andy Langclaw, indiaan van oorsprong en afdelingsmanager in een fabriek. De enige afdeling die fantastisch draait omdat al zijn 150 medewerkers werken met de drijfveer van de eekhoorn, de werkwijze van de bever en de gave van de gans. De nieuwe fabrieksdirecteur grijpt de methode van Andy aan om de rest van de fabriek, die op sterven na dood is, nieuw leven in te blazen. En dat lukt omdat medewerkers, net als de eekhoorn, waardevol werk doen en weten wat hun bijdrage is aan het gezamenlijke missie. Omdat ze, net als de bever, de vrijheid krijgen om de gestelde doelen op hun eigen manier te halen. En omdat ze, net als de ganzen, elkaar steeds aanmoedigen, wanneer het goed gaat en wanneer het even tegenzit. Hun productiviteit is ongeëvenaard door ieders tomeloze enthousiasme en motivatie om naar beste kunnen een waardevolle bijdrage aan het geheel te leveren. Zo simpel is het en dat brengen we nu verder in de praktijk; consequent, bewust en systematisch.”

Door enthousiasme

“We staan met ons bedrijf op een cruciaal punt. We zijn bezig met de verlenging van ons NEN-EN-ISO 9001-certificaat. Behalve dat het voor ons de leidraad is om aan alle wet- en regelgeving te voldoen, gaan we het ook inzetten als managementtool. Een tool om verantwoordelijkheden en enthousiasme te delen, om mensen te stimuleren het werk zo te organiseren dat ieder doet waar hij of zij goed in is en we elkaars competenties optimaal inzetten. Wanneer je effectief leiding wilt geven, heb je met een groep van tien medewerkers de beste balans. Zo gaan we het organiseren. Per groep van tien medewerkers heeft iemand de taak het enthousiasme steeds aan te wakkeren door er op toe te zien dat mensen hun werk als waardevol ervaren omdat ze zien wat ze aan de omgeving bijdragen. Door ruimte te creëren onze gezamenlijke  doelen op hun eigen manier te bereiken. Door een luisterend oor te bieden, mensen aan te moedigen en successen samen te vieren, hoe klein ook. Het gaat erom dat we samen trots zijn op wat we presteren en bijdragen. Dus Van Mensvoort gaat vol overtuiging Gung Ho!”

De tijd is rijp

“Alles overziend ben ik daar al mijn hele leven mee bezig. Het verschil is dat ik nu de tijd mee heb. Steeds meer mensen stellen zich de vraag hoe we verantwoordelijkheid kunnen dragen voor elkaar en onze werk- en leefomgeving. Hoe we daarin kunnen samenwerken voor elkaars welzijn en dat van de aarde. Want dat is de reden waarom we hier samen op aarde zijn, daar ben ik van overtuigd. Daarom steunen we met Van Mensvoort ook al tientallen jaren verenigingen en activiteiten in Veghel en omgeving. En om dezelfde reden ben ik al even lang actief betrokken bij de bescherming van het tropisch regenwoud en de orang-oetang, via mijn goede vriend Willie Smits. Ik ken Willie al van kinds af aan. Hij en zijn team doen via de Stichting Masarang veel goed werk in Indonesië. Het is een ongekende ervaring om daar te zijn. Dan voel je pas echt in alle vezels van je lijf hoe machtig, mooi én tegelijk kwetsbaar de natuur is en hoe ons welzijn afhankelijk is van een gezonde aarde.”

“We hebben in ons team vakmensen nodig die inzien hoe we daar met ons bedrijf een bijdrage aan kunnen leveren, nog meer dan we nu doen. Het mooie van ons werk is dat we verspilling van grondstoffen voorkomen en door zorgvuldige scheiding en bewerking van gebruikte materialen zelfs nieuwe grondstoffen maken. Het is onze missie er voor te zorgen dat er helemaal geen grondstoffen meer verloren gaan. Daarom werken we niet alleen aan een nieuwe opzet van het team en organisatie van het werk, maar liggen er ook tekeningen klaar om ons bedrijfsterrein uit te breiden en anders in te richten. Dat is nodig om Van Mensvoort Veghel klaar te maken voor de nieuwe tijd. Daar zet ik me met ziel en zaligheid voor in.”

* Gung Ho! Een overtuigende methode om uw medewerkers te inspireren, door Ken Blanchard en Sheldon Bowles. Business Contact, ISBN 978-90-470-0024-2

Ben je geboeid door dit verhaal? Vraag Aldi of ze ook jouw verhaal schrijft. Neem nu contact op.

Ontvang het volgende verhaal gratis in je mailbox! Laat je e-mail adres achter: